16 november 2017 – Financiën meets Economische Zaken

Het idee van de bijeenkomst kwam voort uit de constatering dat een discussie over financiering van het MKB met vakgenoten snel beslist is. Eenvoudig gesteld zeggen ondernemers dat zij, ook met goed business plan, geen geld van de bank krijgen; andersom zeggen bankiers dat er geld genoeg is “kijk maar naar de lage rente”. Het langs elkaar heen praten kon mooi zichtbaar worden, als we met elkaar aan een tafel zouden gaan zitten. Natuurlijk met daarbij ook politici, want vanwege het probleem dat MKB ervaart op het gebied van financiering is o.a. Invest-NL in het leven geroepen.

In het centrum van de macht, de fractiekamer van de Tweede Kamer, hadden zich ruim 60 geïnteresseerden en experts gemeld: een 30-tal uit de financiële sector, een 25-tal ondernemers en nog een restgroep. Tevens waren we blij dat we met onze uitnodiging ook niet-VVD-leden aangesproken hadden. Er waren ongeveer 9 niet-VVD leden aanwezig; een succes van de nieuwe structuur van thematische netwerken. Dat beloofde bij voorbaat een interessante avond te worden, te meer omdat ter voorbereiding documentatie verstuurd was, zodat de inleiders goed de diepte in konden en er meer tijd was voor interactie ipv presentaties en oriënterende vragen.

Het panel van experts bestond uit: Pim van Ballekom, vice-president van de Europese Investeringsbank (EIB); Wilfred Nagel, voormalig chief risk officer van ING, en; ONL-voorman Hans Biesheuvel, tevens betrokken bij MKB financiering via NPEX, Qredits en TIIN Capital. Het was meteen een vuurdoop voor Tweede Kamerlid Martin Wörsdörfer die net 24 uur geleden getrakteerd was op de hiertoe aangewezen portefeuille. Zeer waardevol dat hij in staat was aanwezig te zijn.

Situatieschets

Grootbanken zijn nog altijd een grote en belangrijke financier van het Nederlandse bedrijfsleven. Die rol is in de afgelopen jaren niet minder geworden. Volgens Nagel zal deze ook in de toekomst groot blijven. De strengere financiële eisen hebben weliswaar gevolgen gehad voor de interne verhoudingen binnen de banken, maar per saldo blijven de uitstaande kredieten gewoon doorlopen en groeien die ook gestaag door. Echter, waar MKB-ers vroeger in één keer klaar konden zijn bij de bank, is dat nu wel anders. Om een herhaling van 2008 te voorkomen worden aan banken strengere eisen gesteld bij het uitlenen van geld. Zo moet er meer eigen vermogen tegenover staan en is er bij grootbanken minder ruimte voor maatwerk. Iets waar kleine ondernemers, aldus Biesheuvel, wel behoefte aan hebben, en ook de taal van ondernemers wordt niet altijd goed verstaan bij de banken. Dat vraagt dus meer van MKB-ers, die nu financiering moeten stapelen, andere bronnen voor financiering aanwenden, om hun plan rond te krijgen.

Invest-NL

In de discussie over Invest-NL werd stilgestaan bij twee aspecten: enerzijds het onderbrengen van bestaande regelingen in één loket, en dit op afstand van de overheid beheren, en anderzijds het oprichten van een nieuw fonds van EUR 2,5 mrd om o.a. in startups en scale-ups te investeren.

De zaal was gematigd positief over het onderbrengen in één loket. Samenvoegen klinkt goed, maar of het ook echt beter vindbaar of efficiënter wordt, zal afhangen van de implementatie. Veel ondernemers met projecten of bedrijven die in aanmerking komen voor bepaalde (EIB-)kredieten, weten die weg (naar bijvoorbeeld EIB) niet goed te vinden en sluiten nu hun leningen af bij grootbanken. Belangrijkste voordeel van deze (EIB) kredieten blijkt niet zozeer een lagere rente, maar langere looptijd en gunstiger voorwaarden. Zo kunnen projecten met een lange terugverdientijd gefaciliteerd worden.

Minder enthousiasme leeft bij de vraag of de staat direct in bedrijven moet investeren. Er is brede consensus voor een faciliterende rol van de overheid, zeker op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie. Niet alleen het financiële rendement, maar ook het maatschappelijke rendement doet ertoe. Zo’n faciliterende rol zou groter mogen zijn op het gebied van financiële educatie van MKB-ers, waar Invest-NL echter niet op inspeelt.

In de stukken over Invest-NL staat omschreven dat EUR 2,5 mrd nodig is, omdat sprake zou zijn van marktfalen. “Zo zijn financiële instellingen, als gevolg van hoge risicoperceptie en strenger geworden regelgeving, terughoudend geworden in het aanbieden van financiering met een langere looptijd. […] In de markt is ook […] minder aanbod van eigen dan wel risicodragend vermogen, onder andere omdat deze financieringsvormen hogere risico- en behandelingskosten met zich meebrengen”. Daarbij wordt gesteld dat Invest-NL additioneel aan de markt zal werken, en er geen ‘crowding out’ effect mag zijn. Tegelijk kijkt de Europese Commissie straks mee of Invest-NL geen ongeoorloofde staatssteun is, en toetst daarbij of investeringen “tegen marktconforme voorwaarden, en tegen een marktconform rendement” gedaan worden. Nergens wordt verder onderbouwd of, en zo ja, hoeveel, kansrijke ondernemingen nu geen financiering kunnen aantrekken. Op deze manier bekeken is de overheid dus van plan om o.a. in het eigen vermogen van startups en scale-ups te investeren tegen marktconforme voorwaarden, een marktconform rendement, zonder daarbij met de markt te concurreren. Kijkend naar aandelenkoersen of hoe makkelijk crowdfunding, venture capital en private equity fondsen aan geld voor investeringen komen, lijkt de markt voor eigen vermogen eerder overgewaardeerd dan dat hier sprake is van marktfalen. Zowel aanwezige bankiers als ondernemers vroegen zich dan ook af of de bedenkers van Invest-NL wel eens met de markt gesproken hadden, omdat ze beide het geschetste beeld totaal niet herkenden. Hoewel liberalen het onderling vaak oneens zijn, waren de deelnemers aan deze vergadering het er unaniem over eens dat dit deel van Invest-NL geen goed plan is. Er werd al gevraagd hoelang het zou duren tot de parlementaire enquête over waar die EUR 2,5 mrd nou gebleven is.

MKB-financiering

In de discussie over Invest-NL kwamen al veel facetten van de markt voor eigen vermogen en vreemd vermogen aan bod, maar uiteraard valt er over die markt nog meer te zeggen. Daarbij werd al snel vastgesteld dat er een verschil zit in de situatie voor kleine ondernemers met een kredietbehoefte tot EUR 250.000, en die voor grotere ondernemers.

Voor de eerste categorie zien banken de ondernemer liever niet komen vanwege de kosten en moeite. Aan die hoge verwerkingskosten moet bij banken wat gedaan worden. Toch zijn er veel alternatieven voor banken in dit segment, zowel voor eigen vermogen als vreemd vermogen. Ondernemers weten vaak alleen de weg nog niet, en beginnen hun zoektocht traditioneel bij de grootbanken. Geopperd wordt om de ondernemer meer te begeleiden in het woud van mogelijkheden. Biesheuvel wijst op de tekst van Invest-NL. Dit is zodanig vanuit de kant van het aanbod bekeken, dat het woord “ondernemerschap” ontbreekt.

Voor grotere leningen was er consensus dat de markt voor MKB-kredietverlening op zich goed functioneert voor bedrijven met voldoende eigen vermogen, een goed businessplan en niet al teveel maatwerk. Het feit dat buitenlandse financiële instellingen zich nauwelijks melden op de Nederlandse markt voor MKB-kredieten om een graantje mee te pikken zou duiden op een laaggeprijsde markt. Aan de andere kant viel op dat offertes voor financiering bij verschillende banken er opvallend uniform uitzien en elkaar in voorwaarden weinig ontlopen, wat duidt op beperkte concurrentie. Lastiger is het voor MKB-ers die sinds de crisis veel ingeteerd hebben op hun eigen vermogen, en nu de economie weer aantrekt geen nieuwe investeringen kunnen doen omdat ze teveel schulden hebben.

Waar (oud) ING-er Nagel stelt dat de beprijzing voor MKB-krediet goed is, staat Nederland weliswaar 32e op de World Bank ranking over het gemak om hier zaken te doen, maar staat Nederland op de 105e plaats mbt de toegang tot krediet!

Geconcludeerd wordt dat er geld genoeg is, zowel voor eigen vermogen als voor vreemd vermogen, maar dat ondernemers het niet altijd weten te vinden. Een toeschietelijker houding in de financiële sector naar ondernemers bij een afwijzing zou al veel helpen. Tegelijkertijd moeten ondernemers bereid zijn zich meer te verdiepen in de financieringsmogelijkheden die er zijn. Een overheid die investeert in ondernemers in de vorm van (financiële) educatie lijkt daarmee welkom, omdat de markt veranderd is en veel ondernemers de weg niet (meer) kennen. Dit is overigens een ontbrekend thema in het regeerakkoord, maar is meer welkom dan een overheid die 2,5 mrd belastinggeld als risicodragend kapitaal verschaft in een al overgewaardeerde markt.