
Verslag themabijeenkomst gemeentefinanciën
Thematisch Netwerk Financiën VVD
Hilversum, dinsdag 3 maart 2026 van 20:00 tot 22:00
Inleiding
Op 3 maart 2026 organiseerde het Thematisch Netwerk
Financiën van de VVD een thema-avond over de toekomst van de gemeentefinanciën.
Aanleiding voor de bijeenkomst is de groeiende spanning tussen de financiële
positie van gemeenten, de ontwikkeling van hun takenpakket en de discussie over
het toekomstige financieringsstelsel. Hoewel gemeenten gezamenlijk aanzienlijke
reserves rapporteren, bestaat er tegelijkertijd brede zorg over de houdbaarheid
van het stelsel, met name richting de komende jaren.
Tijdens de avond werd met een panel en de
aanwezigen gesproken over drie centrale thema’s: de balans tussen taken en
middelen, de omvang en inrichting van het lokale belastinggebied, en de vraag
in hoeverre gemeenten zelf verantwoordelijkheid moeten dragen voor financiële
tegenvallers.
Panel
De bijeenkomst kende bijdragen van de volgende
panelleden:
Peter Verheij - Lid van
de Raad voor het Openbaar Bestuur
Dylan Jong - Onderzoeker
COELO / Universiteir docent Rijksuniversiteit
Groningen
Stefanie Onclin - Wethouder
Zaanstad
Wendy van Eijk - Lid Tweede
Kamer
1. Balans tussen taken en middelen
In het eerste deel van de avond werd
stilgestaan bij de vraag of er momenteel een goede balans bestaat tussen de
taken die gemeenten uitvoeren en de middelen waarover zij beschikken. In de
discussie werd benadrukt dat gemeenten in de afgelopen decennia steeds meer
taken hebben gekregen, met name binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd zijn
deze taken vaak vormgegeven als medebewindstaken, waardoor gemeenten
verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, maar slechts beperkte beleidsruimte
hebben om daadwerkelijk te sturen op inhoud en kosten.
Panelleden wezen erop dat slechts een relatief
klein deel van de gemeentelijke begroting daadwerkelijk door de gemeenteraad
kan worden beïnvloed. Het grootste deel van de uitgaven ligt vast in wettelijke
verplichtingen of landelijke beleidskaders. Hierbij is door historische
ontwikkelingen geen duidelijke balans tussen de daadwerkelijke kosten en
benodigde financiering van verschillende taken die op gemeentelijk niveau
moeten worden uitgevoerd door het Rijk. Er werd gesteld dat het gat tussen de gevraagde
taken en geboden financiering tot ca. € 4mld is opgelopen, ondanks grote
verschillen tussen individuele gemeenten. De helft hiervan zou primair gedreven
zijn door de financiering van de Jeugdzorg.
Als gevolg zien gemeenten zich regelmatig
genoodzaakt om binnen hun begroting te schuiven tussen verschillende domeinen,
waarbij tekorten in het sociaal domein worden opgevangen door bezuinigingen op
autonome taken zoals sport, cultuur
Daarnaast werd gewezen op
uitvoeringsvraagstukken die de financiële situatie verder compliceren. Denk
hierbij aan personeelstekorten, complexe regelgeving, lange
aanbestedingsprocedures en
Advies
van de avond voor thema 1:
Zorg voor meer bestuurlijke helderheid in de verhouding tussen Rijk en
gemeenten. Een scherper onderscheid tussen medebewindstaken en autonome taken en
bijbehorende financiering kan bijdragen aan een transparanter financieel
stelsel, waarin duidelijker is wie verantwoordelijk is voor beleidskeuzes,
uitvoering en financiële risico’s.
Verder is
het van belang dat waar mogelijk gemeenten ook bestuurlijke vrijheid krijgen,
met als belangrijkste voorbeeld de Jeugdzorg.
2. Lokaal belastinggebied en de vraag
naar meer autonomie
Het tweede deel van de avond richtte zich op
het lokale belastinggebied en de vraag of gemeenten meer financiële autonomie
zouden moeten krijgen. In de discussie kwam naar voren dat het gemeentelijke
belastinggebied internationaal gezien relatief beperkt is. Gemeenten zijn
daardoor in hoge mate afhankelijk van rijksmiddelen, wat onzekerheid kan
veroorzaken en de lokale beleidsruimte beperkt.
Een belangrijk onderwerp binnen dit debat was
de mogelijke invoering van een ingezetenenheffing als alternatief of aanvulling
op bestaande gemeentelijke belastingen zoals de onroerendezaakbelasting (OZB).
Voorstanders benadrukten dat een dergelijke heffing kan zorgen voor een
stabielere en voorspelbaardere inkomstenbron voor gemeenten. Ook werd erop
gewezen dat het huidige systeem, waarin vooral woningeigenaren via de OZB
bijdragen aan lokale voorzieningen, tot scheve verhoudingen kan leiden.
Tegelijkertijd werd duidelijk dat de invoering
van een ingezetenenheffing politiek en maatschappelijk weerbarstig is. Er
bestaan uiteenlopende opvattingen over de wenselijkheid ervan, mede vanwege de
mogelijke gevolgen voor inkomensverdeling, herverdelingseffecten tussen
gemeenten en de zichtbaarheid van lokale belastingen voor inwoners.
Gemeentelijke belastingen worden door burgers vaak directer ervaren dan
rijksbelastingen, wat politieke weerstand kan vergroten. Daarnaast bestaan er
verschillende varianten van een ingezetenenheffing, bijvoorbeeld vlak of
inkomensafhankelijk, die elk hun eigen voor- en nadelen kennen.
Advies
van de avond:
Verken op een open en zorgvuldige manier mogelijke hervormingen van het lokale
belastinggebied, inclusief de optie van een ingezetenenheffing. Daarbij is het
van belang zowel de financiële stabiliteit voor gemeenten als de
maatschappelijke en politieke haalbaarheid nadrukkelijk mee te wegen.
3. Eigen verantwoordelijkheid van
gemeenten
Het derde onderdeel van de avond ging over de
vraag in hoeverre gemeenten zelf verantwoordelijkheid moeten dragen voor
financiële tegenvallers. In de discussie werd benadrukt dat gemeenten de
afgelopen jaren regelmatig tekorten hebben begroot die in de praktijk lager
uitvielen of zelfs omsloegen in overschotten. Tegelijkertijd beschikken
gemeenten gezamenlijk over aanzienlijke reserves. Een deel van deze reserves is
ontstaan door nieuwe regels in het BBV die gemeenten voortaan verplichten al
hun bezit te activeren. Zo kwam laatst weer in onderzoeken naar boven dat
gemeenten te conservatief begroten ten aanzien van de belastingopbrengsten en
juist te optimistisch bij opgaven in de fysieke leefomgeving (woningbouw, bouw
maatschappelijke
Daarbij werd opgemerkt dat financiële
ontwikkelingen niet altijd eenvoudig te herleiden zijn tot keuzes van gemeenten
zelf. Sommige taken zijn jaren geleden gedecentraliseerd, waardoor het moeilijk
is vast te stellen in hoeverre kostenstijgingen voortkomen uit lokaal beleid of
uit landelijke regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen.
Ook werd wederom gewezen op het spanningsveld
tussen autonome en medebewindstaken. Gemeenten voelen zich verplicht om
wettelijke taken goed uit te voeren, zelfs wanneer de financiering onder druk
staat. Hierdoor kan de financiële ruimte voor lokale beleidsprioriteiten,
waaronder ook voor de VVD belangrijke taken zoals sport, cultuur, veiligheid,
verder onder druk komen te staan.
Advies
van de avond:
Stimuleer een duidelijker kader voor financiële verantwoordelijkheid. Gemeenten
moeten ruimte hebben om lokale keuzes te maken en daar ook de gevolgen van te
dragen, maar tegelijkertijd moet helder blijven wanneer het Rijk
verantwoordelijk is voor de financiering van wettelijke taken. Hierbij is het
verder belangrijk dat additionele financiering van het Rijk ruim van tevoren
bekend is, zodat deze op tijd in de budgetcyclus van gemeenten kan worden
meegenomen.
Slotbeschouwing
De bijeenkomst maakte duidelijk dat de
discussie over gemeentefinanciën niet uitsluitend draait om de hoogte van
middelen, maar ook om de bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en gemeenten.
Heldere verantwoordelijkheden, voldoende uitvoeringskracht en een transparant
financieel stelsel met een duidelijker onderscheid tussen autonome- en
medebewindstaken, werden door de deelnemers gezien als belangrijke voorwaarden
voor een duurzaam en toekomstbestendig systeem.